Klooiend leren programmeren?!

Klooiend leren programmeren?!

Astrid Poot
Astrid Poot Stichting Lekker samen klooien

Zondagmorgen. Terwijl de zoon (8jr) er voor het eerst op los bouwt met de micro:bit (een geweldige micro computer voor beginnende makers), vraag ik me af of je al klooiend kunt leren programmeren. Ik weet het niet zeker.

Ik weet wél dat er veel vraag is bij leerkrachten naar een creatieve toepassing van programmeren. En naar lessen die het op die manier benaderen. Omdat ze zien dat niet alle kinderen programmeren zomaar leuk vinden. Lastig; want als je al klooiend wat in elkaar hackt, is de kans bijna 100% dat het niet werkt.

Toch is dat klooien wel belangrijk. Onlangs besprak ik dit met onze programmeurs bij Fonk. Mannen en vrouwen en uit minstens 4 verschillende landen. Van front-end tot hardcore java. Van alles dus. Hoe zijn zij programmeur geworden? Waar is de liefde ontstaan? Juist: door te klooien.

Ruwe liefde

Allemaal vonden ze de liefde voor code door te hacken; door bestaande dingen ruw en vuil aan te passen. Slechte code, rotzooien tot het werkt en dan proberen te begrijpen hoe dat kan. Pas daarna leerden ze het goed en gestructureerd op hun beroepsopleiding. Maar die eerste hackerige liefde was daarvoor zowel voorwaarde als opstap.

En: die eerst liefde was zonder het zogenaamde economisch perspectief. Het was voor de lol, uit hobby. Geen van hen is begonnen met coderen als 11 jarige met een carrière voor ogen.

Creatief instrument

En zo moet het ook. Pedro de Bruyckere zei het onlangs heel mooi in een interview met Remco Pijpers van Kennisnet. Vrij naar zijn uitspraken: Je moet kinderen niet leren programmeren vanwege het bedrijfsleven of omdat ze dan logisch leren denken (daar is nog steeds geen bewijs voor), maar omdat je ze wilt laten zien dat het bestaat, dat het iets leuks is dat ze kunnen leren kennen, waarna ze dan zelf wel beslissen wat ze daarmee willen. Mijn interpretatie: dat ze het gaan zien als één van de creatieve instrumenten die ze hebben.

En misschien is een hyper gestructureerde theoretische aanpak in het begin niet nodig. Bovendien hoeven we helemaal niet van die hard core code types te worden.

poepkakdrol

De toekomst is aan de generalisten

Niels de Keizer (collega en mede oprichter van Fonk) schetste me een mooi beeld. Wat hem betreft zijn er twee types programmeurs:

De specialisten; de hard core code bouwers: zij zitten met hun handen en hersenen diep in de code. Kennen de theorie deep down en schrijven daadwerkelijk regels code.
De generalisten: zij combineren bestaande componenten tot werkende systemen. Zij denken als ontwerpers en gebruiken heel pragmatisch dat wat voorhanden is: api glue.

specialist versus generalist

Wat Niels betreft zullen de generalisten winnen: voor het handwerk (van de codebouwers) zal in de toekomst steeds minder menskracht nodig zijn: gestructureerd werk kun je automatiseren. Maar de generalisten zullen als ontwerpers creatief moeten blijven combineren. En dat kun je nooit automatiseren. Voila. Toekomst. (Waarschijnlijk ligt het veel genuanceerder, maar ik vind dit denken op zijn minst verhelderend.)

Economisch perspectief?

Nu lijkt het misschien of ik het heb over mensen die programmeur willen worden. Maar dat bedoel ik niet: we zijn allemaal steeds meer dat soort generalisten. Zo heb ik een handig IFTT script draaien dat mij ’s morgens een bericht stuurt als het zo koud is dat ik handschoenen aan moet. En ik ben echt geen programmeur! Maar wel iemand die altijd haar handschoenen vergeet.

klassieke rol is aan het veranderen

Dus ja, ik denk dat het goed is alle kinderen dat denken te laten ervaren. Zodat ze zelf kunnen beslissen of ze er iets mee willen (voor later), maar ook omdat het gewoon leuk en creatief is. (En -zoals bij mij- onderdeel van je dagelijks leven.) De microcomputer staat dan ook op mijn poster, maar nadrukkelijk als één van de dingen. Naast gist en de naaimachine. Allemaal belangrijk wat mij betreft.

Goed. En hoe leer je dat aan?

Voor expeditie micro:bit was dat een belangrijke vraag. We willen graag dat kinderen op hun creativiteit worden aangesproken tijdens het werken met de lessen, omdat ze de micro:bit dan ook als creatief instrument gaan beschouwen. Programmeren is het middel, het realiseren van een idee een doel. We hebben niet primair tot doel kinderen heel schoon coderen te leren, belangrijker in dit project is dat ze ervaring opdoen en plezier hebben. De behoefte aan diepere kennis zal daarna ontstaan.

Toen moest ik denken aan een lezing van Theisje van Dorsten die ik onlangs bijwoonde. Zij vertelde over het beoordelen van creatief werk. Wanneer is iets creatief? Zij noemt 3 bouwstenen van een creatief product: herinnering, verbeelding, vorm. Wat als ik haar verhaal combineer met het maken van creatieve programmeer opdrachten? Zou dat kunnen?

Het model laat ruimte voor allerlei soorten werk, en dat is goed. Vertaald naar ons project:

1. Herinneringen: kinderen gebruiken hun eigen kennis, herinneringen en ideeën als uitgangspunt. We zorgen in de uitleg voor de koppeling naar de bestaande en bekende wereld. We zorgen dat de code meteen niet meer abstract voelt.
2. Verbeelding: die kennis combineren ze met de micro:bit tot iets nieuws in de vorm van en plan of idee. We geven voorbeelden maar nodigen meteen daarna uit zelf dingen te verzinnen.
3. Vorm: en ze maken het (samen) zelf. (Waarbij wij zorgen voor voldoende informatie, voorbeelden en materialen.) De kinderen bouwen de coolste dingen.

Ik heb gemerkt dat het heel goed kan, zelfs met hele kleine opdrachten. Je kunt én goed uitleggen, én meteen creativiteit uitlokken. Als je wordt uitgenodigd een vieze tekst te laten verschijnen op je bit in plaats van de tekst uit het voorbeeld ben je er al! Dus ja; klooiend en creatief. En misschien kan het ook nu pas, met die hele hele coole micro:bit.

expeditie mciro:bit

Onze lessen vorderen gestaag en ik verheug me enorm op het moment dat heel veel kinderen er mooie dingen door gaan maken. In de eerste test blijkt het al te werken: inmiddels heeft de zoon de micro:bit aan de WC deur getaped en klinkt Vader Jacob als je de deur open doet.

Al klooiend gebouwd. I rest my case.

01-vaderjacob-1024x1024

Dit is natuurlijk geen pleidooi tegen de vele prachtige programmeer initiatieven, maar hopelijk aanvullend en inspirerend.

Expeditie micro:bit met Nederlandse basisscholen

Expeditie micro:bit met Nederlandse basisscholen
Duizenden kinderen doen mee aan de finale van expeditie micro:bit op vrijdag de 13de oktober.

Ronilla Snellen
Ronilla Snellen directeur FutureNL

FutureNL gaat weer iets vets doen! Op vrijdag de 13de oktober 2017 gaan duizenden kinderen uit groep 6, 7 en 8 in het gehele land meedoen aan de finale van expeditie micro:bit. Na het verbreken van het Wereldrecord programmeren in 2016 start Stichting FutureNL een nieuwe actie om Nederlandse kinderen en leerkrachten te enthousiasmeren voor interactie met technologie. De grote finale vindt plaats in de Europese CodeWeek.

De micro:bit is een klein microcontroller-board ontwikkeld door de BBC in Engeland. In 2015 hebben alle kinderen van 11 en 12 jaar in Engeland een micro:bit cadeau gekregen van de overheid. Hoog tijd dat ook Nederlandse kinderen de juiste tools aangereikt krijgen om te leren programmeren. Stichting FutureNL is daarvoor een samenwerking aangegaan met Astrid Poot van Lekkersamenklooien. Speciaal voor expeditie micro:bit ontwikkelde zij met een team van experts de Digi-klooikoffer. In het nieuwe schooljaar starten alle deelnemende klassen aan expeditie micro:bit. In de Digi-klooikoffer zitten een tiental hele toffe lessen om te leren programmeren. Het doel van de koffer is dat kinderen spelenderwijs ervaren wat ze kunnen doen met de micro:bit. Iedere deelnemende school krijgt 30 Digi-klooikoffers, inclusief 30 micro:bits cadeau!

Klooikoffer microbit

Expeditie micro:bit wordt door heel veel bedrijven ondersteund. Een dergelijke grootschalige samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven past erg goed in de tijdsgeest. Het SIDN fonds en Microsoft lopen hierin voorop maar ieder bedrijf kan de expeditie ondersteunen door een klas te adopteren zodat elk kind op expeditie kan. De ABN AMRO Foundation doneert laptops aan scholen die nog geen of onvoldoende computers op school beschikbaar hebben. De Gemeente Delft heeft reeds toegezegd zich in te zetten om samen met het bedrijfsleven alle basisscholen in Delft mee te kunnen laten doen met de expeditie.

We willen heel graag dat kinderen op de basisschool structureel in aanraking komen met digitale vaardigheden. Hiervoor hebben we samen met de TU Delft een leerlijn digitale geletterdheid gemaakt en stellen we voor alle leerkrachten van Nederland gratis lesmateriaal beschikbaar op onze site. Ook het lesmateriaal van de expeditie zal hier straks te vinden zijn.

De volgende kanjers zijn bij het ontwikkelen van de Digi-klooikoffer betrokken:
• Astrid Poot: medeoprichter Lekkersamenklooien en bedenker Klooikoffers
• Matthijs Kamstra: creative developer en papertoy artist
• Jurre Kuilder: creative developer
• Madelon Oude Vrielink: ontwerper
• Pauline Maas: docente ICT, digitaal knutselaar en Directeur Stichting CodeKlas
• Per-Ivar Kloen: docent, kwartiermaker makereducation en fablearn fellow (Stanford)
• Marten Hazelaar: docent en kunstenaar
• Jenya Krul: programma manager FutureNL, onderwijsexpert

De finale van expeditie micro:bit vindt plaats in de Europese Codeweek. In de periode 7 tot en met 22 oktober 2017 draait alles om het leren programmeren thuis, op school en daarbuiten. Tijdens de Europese Codeweek worden door geheel Europa, in 26 landen, nationale codeweken georganiseerd.

Wil je mee op expeditie? Dat kan! Schrijf je hier in!

Kids, coding en verkiezingen

Kids, coding en verkiezingen

Anka Mulder
Anka Mulder Lid Raad van Advies FutureNL | Vice president executive board Technische universiteit Delft

De debatten voor de Tweede Kamerverkiezingen gaan over allerlei belangrijke onderwerpen en ook onderwijs en wetenschap komen aan bod. Maar het is minder gebruikelijk om expliciet aan te geven wat er inhoudelijk moet veranderen in het onderwijs. Code Pact deed dat wel en publiceerde een open brief aan de lijsttrekkers in de Telegraaf en het Financieel Dagblad over digitale vaardigheden.

“Alle kinderen digitaal vaardig,”schreef Code Pact: “Dit kabinet gaat ervoor zorgen dat kinderen en jongeren op structureel wijze digitale vaardigheden (waaronder programmeren) aanleren en biedt leraren de kans zich hierop versneld bij te scholen. Want de toekomst van onze kinderen begon gisteren!”

ewi_scratchx_XL-768x432

De brief van Code Pact is gericht op de politiek en gaat over beleid. Wat het inhoudelijk betekent om goed onderwijs in digitale vaardigheden te geven, is precies een van de onderzoeksterreinen van de TU Delft. Met behulp van data uit een gratis open, online cursus (MOOC) deed Felienne Hermans onderzoek naar de wijze waarop kinderen digitale vaardigheden leren. Twee punten zijn hiervan interessant.

Allereerst de onderzoeksresultaten zelf. Zo blijkt uit het onderzoek dat kinderen van 12 jaar en ouder digitale skills sneller on de knie hebben dan jongere kinderen. Voor 12 jaar waren er weinig verschillen. Daarnaast dat het beter gaat als kinderen zelfstandig werken, dat wil zeggen als hun ouders meedoen, haken ze sneller af. Verder dat het een valkuil is om teveel op het leren van bepaalde programmeertalen te focussen, in plaats van op algemene digitale vaardigheden.

Ook de onderzoeksmethode was interessant. Waar veel onderwijskundig onderzoek noodgedwongen maar een kleine steekproef neemt van bijvoorbeeld 30 kinderen, was het onderzoek van Felienne Hermans gebaseerd op data van duizenden kinderen van 8 jaar en ouder die deelnamen aan een MOOC over programmeren. En dat leidde tot verrassende resultaten. Op Felienne’s blog kun je meer lezen over het onderzoek.

In de wereld van morgen zijn allerlei kennis en vaardigheden nodig: sociale, vakkennis, talen, omgaan met veranderingen, enzovoort. En vrijwel alle banen vragen om digitale vaardigheden. Een goede reden om ze in het onderwijs op te nemen en het liefst ook in het basis- en voortgezet onderwijs. Jong geleerd, oud gedaan lijsttrekkers.

Kinderen kansloos zonder programmeren

Kinderen kansloos zonder programmeren!

Dagmar Ypenberg - Moonen
Dagmar Ypenberg - Moonen Communicatie FutureNL

‘Kinderen kansloos zonder programmeren’ claimt Chris Hall van Bynder in het NRC van november 2016. Als Stichting FutureNL kunnen we dat alleen maar onderstrepen. In deze blog lichten we, speciaal voor alle ouders uit de X generatie, toe waarom u uw kind echt moet laten kennismaken met programmeren. Het onderwijs in Nederland loopt helaas nog ver achter, dus voorlopig ligt de bal bij u.

Mijn kind geen programmeur!
Goed nieuws. Dat hoeft ook niet. We hoeven niet allemaal apps te bouwen of een robot of website te maken. Bij leren programmeren gaat het erom dat kinderen de digitale wereld waarin ze leven echt begrijpen. Het leren logisch nadenken is belangrijk. Ze leren vaardigheden als creatief en logisch denken, krijgen ruimtelijk inzicht en een breder probleemoplossend vermogen. Ze leren structureren en samenwerken. Vaardigheden waarbij kinderen in elk beroep profijt hebben.

Enzo Knol
Het is belangrijk om je te realiseren dat onze kinderen opgroeien in een compleet andere wereld dan waarin wij zijn opgegroeid. Smartphones, YouTube, Netflix en Snapchat zijn verweven in hun dagelijkse leven. Kinderen kijken steeds minder lineaire televisie of doen dat met een second screen. Zelfs speelgoed is tegenwoordig digitaal en soms zelfs programmeerbaar. Klinkt de stem van Enzo Knol of StukTV ook bij u door de woonkamer? Mijn kinderen lopen in ieder geval niet warm voor Dick Trom of De Film van Ome Willem. Laat staan dat ze weten wat een telefooncel is of een fax.

Onderwijs
Kortom, kinderen van nu groeien op in een maatschappij waarin technologie ze ongekende mogelijkheden biedt. Ze worden echter nog altijd opgeleid naar oude maatstaven. En daar ligt precies het probleem. Het Nederlandse onderwijs sluit niet aan op het dagelijkse leven van kinderen en ook niet op de vraag van het bedrijfsleven. De programmeertaal maakt op Nederlandse scholen geen vast onderdeel uit van het curriculum. Je kunt je afvragen of je kind meer gebaat is bij de Franse taal of bij een programmeertaal.

Werkgelegenheid
Het gaat niet alleen om de toekomst. Nederland heeft nu al veel te weinig mensen beschikbaar die zijn opgeleid in bètavakken, techniek en computerwetenschappen. Een paar interessante feiten en cijfers:
• In 2020 bestaat in Europa een tekort van 900.000 ICT-professionals.
• Het UWV heeft maandelijks 1.150 ICT-vacatures beschikbaar.
• Booking.com heeft op het hoofdkantoor in Amsterdam ongeveer duizend medewerkers werken op de technologietak van het bedrijf. Daarvan komt 88% uit het buitenland omdat Booking.com geen Nederlanders kan vinden met de gewenste vaardigheden.

Programmeren is overal
Deze voorbeelden zijn geen uitzondering. Bijna elke beroep heeft een digitaal component. Denk maar aan de robotisering van werkzaamheden. Albert Heijn heeft door de introductie van de volledige zelfscanner geen kassière meer nodig. Een verwarmingsmonteur werkt met een app, natuuractivisten zetten drones in om olifanten te beschermen. Een automonteur leest de gegevens van een auto uit door middel van de computer en geen architect meer die nog werkt met papier en potlood. En als u bij de huisarts of fysiotherapeut komt, dan worden uw lichaamsfuncties toch ook digitaal gemeten?

Aan de slag
Bent u nu overtuigd dat onze kinderen moeten leren programmeren? Dat is heel mooi. Overheid en onderwijs moeten snel stappen gaan zetten om onze kinderen de juiste vaardigheden bij te brengen. Bij Stichting FutureNL doen we ons uiterste best om dat voor elkaar te krijgen. Maar u kunt vandaag al aan de slag. Want het zou toch zonde zijn als u blijft wachten op het onderwijs en uw kind daardoor later de boot mist? Kijk eens op onze website voor activiteiten, websites en cursussen.

We wensen je heel veel programmeer plezier.

Dagmar Ypenberg Moonen