Klooiend leren programmeren?!

Klooiend leren programmeren?!

Astrid Poot
Astrid Poot Stichting Lekker samen klooien

Zondagmorgen. Terwijl de zoon (8jr) er voor het eerst op los bouwt met de micro:bit (een geweldige micro computer voor beginnende makers), vraag ik me af of je al klooiend kunt leren programmeren. Ik weet het niet zeker.

Ik weet wél dat er veel vraag is bij leerkrachten naar een creatieve toepassing van programmeren. En naar lessen die het op die manier benaderen. Omdat ze zien dat niet alle kinderen programmeren zomaar leuk vinden. Lastig; want als je al klooiend wat in elkaar hackt, is de kans bijna 100% dat het niet werkt.

Toch is dat klooien wel belangrijk. Onlangs besprak ik dit met onze programmeurs bij Fonk. Mannen en vrouwen en uit minstens 4 verschillende landen. Van front-end tot hardcore java. Van alles dus. Hoe zijn zij programmeur geworden? Waar is de liefde ontstaan? Juist: door te klooien.

Ruwe liefde

Allemaal vonden ze de liefde voor code door te hacken; door bestaande dingen ruw en vuil aan te passen. Slechte code, rotzooien tot het werkt en dan proberen te begrijpen hoe dat kan. Pas daarna leerden ze het goed en gestructureerd op hun beroepsopleiding. Maar die eerste hackerige liefde was daarvoor zowel voorwaarde als opstap.

En: die eerst liefde was zonder het zogenaamde economisch perspectief. Het was voor de lol, uit hobby. Geen van hen is begonnen met coderen als 11 jarige met een carrière voor ogen.

Creatief instrument

En zo moet het ook. Pedro de Bruyckere zei het onlangs heel mooi in een interview met Remco Pijpers van Kennisnet. Vrij naar zijn uitspraken: Je moet kinderen niet leren programmeren vanwege het bedrijfsleven of omdat ze dan logisch leren denken (daar is nog steeds geen bewijs voor), maar omdat je ze wilt laten zien dat het bestaat, dat het iets leuks is dat ze kunnen leren kennen, waarna ze dan zelf wel beslissen wat ze daarmee willen. Mijn interpretatie: dat ze het gaan zien als één van de creatieve instrumenten die ze hebben.

En misschien is een hyper gestructureerde theoretische aanpak in het begin niet nodig. Bovendien hoeven we helemaal niet van die hard core code types te worden.

poepkakdrol

De toekomst is aan de generalisten

Niels de Keizer (collega en mede oprichter van Fonk) schetste me een mooi beeld. Wat hem betreft zijn er twee types programmeurs:

De specialisten; de hard core code bouwers: zij zitten met hun handen en hersenen diep in de code. Kennen de theorie deep down en schrijven daadwerkelijk regels code.
De generalisten: zij combineren bestaande componenten tot werkende systemen. Zij denken als ontwerpers en gebruiken heel pragmatisch dat wat voorhanden is: api glue.

specialist versus generalist

Wat Niels betreft zullen de generalisten winnen: voor het handwerk (van de codebouwers) zal in de toekomst steeds minder menskracht nodig zijn: gestructureerd werk kun je automatiseren. Maar de generalisten zullen als ontwerpers creatief moeten blijven combineren. En dat kun je nooit automatiseren. Voila. Toekomst. (Waarschijnlijk ligt het veel genuanceerder, maar ik vind dit denken op zijn minst verhelderend.)

Economisch perspectief?

Nu lijkt het misschien of ik het heb over mensen die programmeur willen worden. Maar dat bedoel ik niet: we zijn allemaal steeds meer dat soort generalisten. Zo heb ik een handig IFTT script draaien dat mij ’s morgens een bericht stuurt als het zo koud is dat ik handschoenen aan moet. En ik ben echt geen programmeur! Maar wel iemand die altijd haar handschoenen vergeet.

klassieke rol is aan het veranderen

Dus ja, ik denk dat het goed is alle kinderen dat denken te laten ervaren. Zodat ze zelf kunnen beslissen of ze er iets mee willen (voor later), maar ook omdat het gewoon leuk en creatief is. (En -zoals bij mij- onderdeel van je dagelijks leven.) De microcomputer staat dan ook op mijn poster, maar nadrukkelijk als één van de dingen. Naast gist en de naaimachine. Allemaal belangrijk wat mij betreft.

Goed. En hoe leer je dat aan?

Voor expeditie micro:bit was dat een belangrijke vraag. We willen graag dat kinderen op hun creativiteit worden aangesproken tijdens het werken met de lessen, omdat ze de micro:bit dan ook als creatief instrument gaan beschouwen. Programmeren is het middel, het realiseren van een idee een doel. We hebben niet primair tot doel kinderen heel schoon coderen te leren, belangrijker in dit project is dat ze ervaring opdoen en plezier hebben. De behoefte aan diepere kennis zal daarna ontstaan.

Toen moest ik denken aan een lezing van Theisje van Dorsten die ik onlangs bijwoonde. Zij vertelde over het beoordelen van creatief werk. Wanneer is iets creatief? Zij noemt 3 bouwstenen van een creatief product: herinnering, verbeelding, vorm. Wat als ik haar verhaal combineer met het maken van creatieve programmeer opdrachten? Zou dat kunnen?

Het model laat ruimte voor allerlei soorten werk, en dat is goed. Vertaald naar ons project:

1. Herinneringen: kinderen gebruiken hun eigen kennis, herinneringen en ideeën als uitgangspunt. We zorgen in de uitleg voor de koppeling naar de bestaande en bekende wereld. We zorgen dat de code meteen niet meer abstract voelt.
2. Verbeelding: die kennis combineren ze met de micro:bit tot iets nieuws in de vorm van en plan of idee. We geven voorbeelden maar nodigen meteen daarna uit zelf dingen te verzinnen.
3. Vorm: en ze maken het (samen) zelf. (Waarbij wij zorgen voor voldoende informatie, voorbeelden en materialen.) De kinderen bouwen de coolste dingen.

Ik heb gemerkt dat het heel goed kan, zelfs met hele kleine opdrachten. Je kunt én goed uitleggen, én meteen creativiteit uitlokken. Als je wordt uitgenodigd een vieze tekst te laten verschijnen op je bit in plaats van de tekst uit het voorbeeld ben je er al! Dus ja; klooiend en creatief. En misschien kan het ook nu pas, met die hele hele coole micro:bit.

expeditie mciro:bit

Onze lessen vorderen gestaag en ik verheug me enorm op het moment dat heel veel kinderen er mooie dingen door gaan maken. In de eerste test blijkt het al te werken: inmiddels heeft de zoon de micro:bit aan de WC deur getaped en klinkt Vader Jacob als je de deur open doet.

Al klooiend gebouwd. I rest my case.

01-vaderjacob-1024x1024

Dit is natuurlijk geen pleidooi tegen de vele prachtige programmeer initiatieven, maar hopelijk aanvullend en inspirerend.

Programmeren als tool voor taal

“Programmeren als tool voor taal”

Felienne Hermans
Felienne Hermans Expert leerlijn & lesmateriaal (TU DELFT)

“Programmeren is moeilijk. Daar heb ik helemaal geen tijd voor.”

Dat zijn de reacties die we vaak horen van leerkrachten als we praten over programmeerlessen. Natuurlijk vinden leerkrachten het belangrijk dat hun leerlingen met digitale vaardigheden aan de gang gaan, maar hoe dat dan moet? En maak je er tijd voor naast alle leerdoelen die er al zijn? Tsja, dat is lastig.

Ik heb een hoop lessen gegeven de afgelopen jaren en ik geloof dat er een oplossing is voor beide problemen: vakintegratie!

Wat nu als we tijdens de taallessen ook gaan programmeren? Een gek idee, maar eigenlijk ook heel logisch. Programmeren is geen doel op zich, vind ik. Het gaat er niet om dat kinderen kunnen programmeren, het gaat erom dat ze programmeren kunnen gebruiken als het nodig is. In die zin is het net als leren schrijven. Waarom vinden we dat belangrijk? Niet om het schrijven op zich, toch? We vinden dat belangrijk omdat kinderen dan boeken kunnen schrijven en brieven en bezwaarstukken en gedichten en rapporten en ga zo maar door. Schrijfonderwijs (en vooral stelonderwijs) leent zich daarom goed voor vakintegratie: bijvoorbeeld een verslag schrijven over een geschiedenis als verdieping.

Uit onderzoek blijkt dat vooral het integreren van taal- en betavakken goed werkt (1). Kinderen die bijvoorbeeld taal en wetenschap-en-technieklessen samen kregen (ze moesten dan bijvoorbeeld een verslag schrijven over de inhoud van een les) deden het beter dan leerlingen die de lessen apart kregen. Wat ook heel mooi was is dat de leerlingen van de geïntegreerde aanpak zichzelf meer als wetenschappers omschreven!

Zou het niet mooi zijn als we dit met programmeren ook kunnen bereiken? Programmeren en taal samen gedoceerd. Dat klinkt als twee vliegen in 1 een klap! Daarom ben ik ook zo blij dat ik samen met FutureNL 20 taal-programmeerlessen ga ontwikkelen. Een voorproefje kun je al op onze site vinden. In deze eerste les oefenen leerlingen met voorzetsels door een Scratchkatje te laten bewegen. Ook wordt hun creativiteit gestimuleerd door zelf gekke plekken te verzinnen waar de kat naartoe kan gaan.

Dat stimuleren van creativiteit zul je in veel van onze nieuwe lessen gaan zien. Zo hebben we een Donald Duck-les waarin kinderen een strip uit de Donald Duck nabouwen met Scratch natuurlijk. Daarmee gaan ze dan reflecteren op de tekstsoort. Is een verhaal bijvoorbeeld spannend of grappig? Een verhaal hoeft niet altijd op papier geschreven te worden om het te bestuderen.

We zullen kinderen ook kennis laten maken met het ondersteunen van creativiteit met de computer! Probeer dit Scratchprogramma maar eens. Iedere keer dat je op de groene vlag klikt, krijg je een nieuwe gekke zin. Perfect om jouw eigen verhaal mee te beginnen. In deze les oefenen we dan ook weer met grammatica. Leerlingen moeten in de zinnen de persoonsvorm en het onderwerp herkennen.

Zo zie je al: programmeren is een tool. Voor taal, maar ook andere creatieve werkvormen zoals handenarbeid, dans en muziek lenen zich voor programmeeronderwijs. Laatst was ik op de finale van de RoboCup Junior, een programmeerwedstrijd voor kinderen vanaf 10. Leerlingen maken daar een robot die een performance doet.

Hier kun je een filmpje van een aantal teams zien op het WK. Is dat niet cool? Echt iets heel anders dan wat de meeste mensen denken als ze ‘programmeren’ horen. En daar gaan we dus voor 🙂

1. Hier kun je er meer over lezen over het onderzoek waaruit blijkt dat vooral het integreren van taal- en betavakken goed werkt.

Expeditie micro:bit met Nederlandse basisscholen

Expeditie micro:bit met Nederlandse basisscholen
Duizenden kinderen doen mee aan de finale van expeditie micro:bit op vrijdag de 13de oktober.

Ronilla Snellen
Ronilla Snellen directeur FutureNL

FutureNL gaat weer iets vets doen! Op vrijdag de 13de oktober 2017 gaan duizenden kinderen uit groep 6, 7 en 8 in het gehele land meedoen aan de finale van expeditie micro:bit. Na het verbreken van het Wereldrecord programmeren in 2016 start Stichting FutureNL een nieuwe actie om Nederlandse kinderen en leerkrachten te enthousiasmeren voor interactie met technologie. De grote finale vindt plaats in de Europese CodeWeek.

De micro:bit is een klein microcontroller-board ontwikkeld door de BBC in Engeland. In 2015 hebben alle kinderen van 11 en 12 jaar in Engeland een micro:bit cadeau gekregen van de overheid. Hoog tijd dat ook Nederlandse kinderen de juiste tools aangereikt krijgen om te leren programmeren. Stichting FutureNL is daarvoor een samenwerking aangegaan met Astrid Poot van Lekkersamenklooien. Speciaal voor expeditie micro:bit ontwikkelde zij met een team van experts de Digi-klooikoffer. In het nieuwe schooljaar starten alle deelnemende klassen aan expeditie micro:bit. In de Digi-klooikoffer zitten een tiental hele toffe lessen om te leren programmeren. Het doel van de koffer is dat kinderen spelenderwijs ervaren wat ze kunnen doen met de micro:bit. Iedere deelnemende school krijgt 30 Digi-klooikoffers, inclusief 30 micro:bits cadeau!

Klooikoffer microbit

Expeditie micro:bit wordt door heel veel bedrijven ondersteund. Een dergelijke grootschalige samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven past erg goed in de tijdsgeest. Het SIDN fonds en Microsoft lopen hierin voorop maar ieder bedrijf kan de expeditie ondersteunen door een klas te adopteren zodat elk kind op expeditie kan. De ABN AMRO Foundation doneert laptops aan scholen die nog geen of onvoldoende computers op school beschikbaar hebben. De Gemeente Delft heeft reeds toegezegd zich in te zetten om samen met het bedrijfsleven alle basisscholen in Delft mee te kunnen laten doen met de expeditie.

We willen heel graag dat kinderen op de basisschool structureel in aanraking komen met digitale vaardigheden. Hiervoor hebben we samen met de TU Delft een leerlijn digitale geletterdheid gemaakt en stellen we voor alle leerkrachten van Nederland gratis lesmateriaal beschikbaar op onze site. Ook het lesmateriaal van de expeditie zal hier straks te vinden zijn.

De volgende kanjers zijn bij het ontwikkelen van de Digi-klooikoffer betrokken:
• Astrid Poot: medeoprichter Lekkersamenklooien en bedenker Klooikoffers
• Matthijs Kamstra: creative developer en papertoy artist
• Jurre Kuilder: creative developer
• Madelon Oude Vrielink: ontwerper
• Pauline Maas: docente ICT, digitaal knutselaar en Directeur Stichting CodeKlas
• Per-Ivar Kloen: docent, kwartiermaker makereducation en fablearn fellow (Stanford)
• Marten Hazelaar: docent en kunstenaar
• Jenya Krul: programma manager FutureNL, onderwijsexpert

De finale van expeditie micro:bit vindt plaats in de Europese Codeweek. In de periode 7 tot en met 22 oktober 2017 draait alles om het leren programmeren thuis, op school en daarbuiten. Tijdens de Europese Codeweek worden door geheel Europa, in 26 landen, nationale codeweken georganiseerd.

Wil je mee op expeditie? Dat kan! Schrijf je hier in!

Kids, coding en verkiezingen

Kids, coding en verkiezingen

Anka Mulder
Anka Mulder Lid Raad van Advies FutureNL | Vice president executive board Technische universiteit Delft

De debatten voor de Tweede Kamerverkiezingen gaan over allerlei belangrijke onderwerpen en ook onderwijs en wetenschap komen aan bod. Maar het is minder gebruikelijk om expliciet aan te geven wat er inhoudelijk moet veranderen in het onderwijs. Code Pact deed dat wel en publiceerde een open brief aan de lijsttrekkers in de Telegraaf en het Financieel Dagblad over digitale vaardigheden.

“Alle kinderen digitaal vaardig,”schreef Code Pact: “Dit kabinet gaat ervoor zorgen dat kinderen en jongeren op structureel wijze digitale vaardigheden (waaronder programmeren) aanleren en biedt leraren de kans zich hierop versneld bij te scholen. Want de toekomst van onze kinderen begon gisteren!”

ewi_scratchx_XL-768x432

De brief van Code Pact is gericht op de politiek en gaat over beleid. Wat het inhoudelijk betekent om goed onderwijs in digitale vaardigheden te geven, is precies een van de onderzoeksterreinen van de TU Delft. Met behulp van data uit een gratis open, online cursus (MOOC) deed Felienne Hermans onderzoek naar de wijze waarop kinderen digitale vaardigheden leren. Twee punten zijn hiervan interessant.

Allereerst de onderzoeksresultaten zelf. Zo blijkt uit het onderzoek dat kinderen van 12 jaar en ouder digitale skills sneller on de knie hebben dan jongere kinderen. Voor 12 jaar waren er weinig verschillen. Daarnaast dat het beter gaat als kinderen zelfstandig werken, dat wil zeggen als hun ouders meedoen, haken ze sneller af. Verder dat het een valkuil is om teveel op het leren van bepaalde programmeertalen te focussen, in plaats van op algemene digitale vaardigheden.

Ook de onderzoeksmethode was interessant. Waar veel onderwijskundig onderzoek noodgedwongen maar een kleine steekproef neemt van bijvoorbeeld 30 kinderen, was het onderzoek van Felienne Hermans gebaseerd op data van duizenden kinderen van 8 jaar en ouder die deelnamen aan een MOOC over programmeren. En dat leidde tot verrassende resultaten. Op Felienne’s blog kun je meer lezen over het onderzoek.

In de wereld van morgen zijn allerlei kennis en vaardigheden nodig: sociale, vakkennis, talen, omgaan met veranderingen, enzovoort. En vrijwel alle banen vragen om digitale vaardigheden. Een goede reden om ze in het onderwijs op te nemen en het liefst ook in het basis- en voortgezet onderwijs. Jong geleerd, oud gedaan lijsttrekkers.

Lancering Stichting FutureNL

Lancering Stichting FutureNL

Ronilla Snellen
Ronilla Snellen directeur FutureNL

Op woensdagochtend 15 februari 2017 hebben we, onder toeziend oog van de top van het Nederlandse bedrijfsleven, onze Stichting FutureNL gelanceerd met een mooi event in het prachtige nieuwe pand van Improve Digital. Steven Schuurman en ik hebben deze stichting opgericht om digitale vaardigheden structureel in het onderwijs te brengen.

Lid van de raad van Advies, ZKH Prins Constantijn, opende namens de nieuwe Stichting het Strategisch beraad. Op persoonlijke titel geeft Prins Constantijn graag een zinvolle bijdrage aan FutureNL. Hij benadrukte dat dit thema in Nederland z.s.m. door overheid en bedrijfsleven omarmd moet worden om geen concurrentiepositie te verliezen.

Steven Schuurman deelde zijn zorg als technisch ondernemer: de wereld is veranderd en gaat nog veel sneller veranderen dan we ons nu realiseren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de invoering van de kwantumcomputer. Helaas verandert het onderwijs niet mee. Vanuit zijn persoonlijke overtuiging hier iets aan te willen doen, richt hij deze nieuwe stichting op en vraagt hierbij support van alle aanwezigen van het Strategisch Beraad.

De plannen van Stichting FutureNL voor de komende 5 jaar zijn helder. Primair gericht op het ontwikkelen van modern lesmateriaal, gekoppeld aan de leerlijn digitale geletterdheid. Dit lesmateriaal wordt door de Stichting gratis ter beschikking gesteld voor alle leerkrachten van Nederland: https://lessonup.io/futurenl. Leerkrachten kunnen hier zelf ook nieuwe lessen aan toevoegen. Op deze online omgeving komt ook een goede zoekmachine en gaan we werken met een ranking zodat lesmateriaal nog gemakkelijk te vinden is. Naast het ontwikkelen van deze website gaan we met CodeUur door met het verzorgen van de reguliere programmeerlessen in groep 7 en 8, gaan we een YouTube kanaal opstarten, workshops voor leerkrachten organiseren en natuurlijk komen er weer een aantal spetterende events in 2017.

Tijdens het interactief gedeelte, onder leiding van Prins Constantijn, mevrouw Neelie Kroes en mevrouw Anka Mulder (Vice President TU Delft), werd er in groepen gediscussieerd over de vraag wat kinderen nu eigenlijk echt zouden moeten leren op school. De uitkomsten van deze sessies nemen we mee in ons co-creatie proces van de ontwikkeling van de leerlijn digitale geletterdheid.

Mevrouw Neelie Kroes sloot de ochtend geheel in stijl af door nogmaals de urgentie te benadrukken om de visie van Stichting FutureNL te onderschrijven. Bijna alle aanwezigen ondertekende symbolisch de poster: ‘Samenwerken aan digitale vaardigheden in het onderwijs geeft kinderen een kansrijke toekomst.’ Samen met de eerste leden van de Raad van Advies, Prins Constantijn, Anka Mulder, Julie de Widt-Bakker (Microsoft) en Janneke Niessen van Improve Digital maken wij ons hard dat digitale vaardigheden een structurele plek krijgen in het onderwijs in Nederland.

De eerste actie n.a.v. deze ondertekening is om de actie van de partners van Codepact te supporten en een paginagrote advertentie in het FD, de Telegraaf en de Volkskrant om na de verkiezingen op 15 maart het regeerakkoord te beïnvloeden. U gaat van ons horen!

Ronilla Snellen
Co-founder en directeur FutureNL

De vraag of digitale vaardigheden moeten worden aangeboden aan onze kinderen in het po is achterhaald

De vraag of digitale vaardigheden moeten worden aangeboden aan onze kinderen in het po is achterhaald

Jenya Krul
Jenya Krul Programma manager FutureNL





De wereld waarin onze kinderen leven is een digitale wereld. Bijna elk beroep heeft een digitaal component en in de toekomst zal de digitalisering van de beroepen toenemen. Zo werkt een verwarmingsmonteur met een app, een automonteur leest de gegevens van een auto uit door middel van de computer en zetten natuuractivisten drones in om olifanten te beschermen. Ik zie een kloof tussen de digitale ontwikkeling van Nederlandse kinderen en de (toekomstige) vraag vanuit de maatschappij naar passende digitale vaardigheden.

Als kenniseconomie is het van cruciaal belang dat Nederlandse kinderen digitale vaardigheden ontwikkelen. Als we het welzijn en een positief toekomstperspectief van de kinderen als uitgangspunt nemen, moeten alle Nederlandse kinderen nu digitale vaardigheden ontwikkelen om de wereld te kunnen begrijpen en later maximaal in een digitale wereld te kunnen functioneren. Om dit doel te bereiken werk ik als programmamanager bij Stichting FutureNL, ontstaan door een fusie van Stichting CodeUur en de Dreamery Foundation.

DSC_0072

Lesmateriaal integreren in de klas
Het ligt voor de hand om het leren van digitale vaardigheden in de klas aan te bieden. Te beginnen in het basisonderwijs. Het aanbieden van digitale vaardigheden staat dan onafhankelijk van de (thuis)situatie en leefomgeving. Dit betekent voor de leerkracht wel een extra bal om in de lucht te houden bovenop alle andere werkzaamheden en aandachtspunten die ook heel belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een kind.

Er is voldoende lesmateriaal voor het ontwikkelen van digitale vaardigheden beschikbaar, maar hoe integreer je dat als leerkracht in de klas? Vanuit mijn jarenlange ervaring in de klas als leerkracht ben ik voor Stichting FutureNL samen met Felienne Hermans (TU Delft) het bestaande (les)materiaal gaan onderzoeken. We hebben inzichtelijk gemaakt welk (les)materiaal er al is, wat er mist in het aanbod en hoe al dit lesmateriaal zich tot elkaar verhoudt. Al gauw kwamen we tot de conclusie dat veel materiaal erg eenzijdig en abstract is. Wanneer ik als oud-leerkracht lees dat leerlingen in groep 1 en 2 een simpel sequentieel algoritme moet kunnen uitvoeren zakt de moed mij in de schoenen, terwijl het simpelweg betekent dat de leerling een simpele opdracht uit moeten kunnen voeren zoals het pakken van een pen.

Daarnaast is er de uitdaging om continuïteit en structuur aan te brengen in het aanbieden van digitale vaardigheden zonder het gevoel te ervaren dat je als leerkracht zomaar iets ‘hapsnap’ aan het doen bent, omdat het nou eenmaal moet.

Vier disciplines
Ons maandenlange onderzoek heeft geleid tot een concrete uitwerking van een concentrische leerlijn digitale geletterdheid voor groep 1 tot en met groep 8 met vier disciplines als uitgangspunt:

Computational Thinking
ICT-basisvaardigheden
Informatievaardigheden
Mediawijsheid

Door in de leerlijn een koppeling te maken met de (kern)vakken zoals rekenen en taal waarbij concretisering van leerdoelen en activiteiten centraal staan, willen wij leerkrachten het inzicht en vertrouwen geven dat we al dagelijks bezig zijn met computational thinking in de klas. Het is maar net vanuit welk perspectief je de lesactiviteit benadert. Een voorbeeld is de rekenopdracht aan de kleuters om in een rij te gaan staan van groot naar klein. Als je vervolgens als leerkracht de onzichtbare en zichtbare eigenschappen (leeftijd versus lengte) ter sprake stelt werk je op dat moment ook aan een leerdoel van computational thinking. Het één sluit het ander dus niet uit, maar wordt een versterking van elkaar.

Door het maken van een koppeling met onder andere rekenen en taal en het gebruik van concrete voorbeelden willen wij leerkrachten in staat stellen de digitale vaardigheden vakoverstijgend aan te bieden in de klas. Als uitgangspunt voor onze leerlijn zijn de abstracte voorbeeldmatige leerplankaders en begrippensets van SLO gebruikt en de kerndoelen van OC&W, zodat ook in het schoolbeleid aansluiting mogelijk wordt gemaakt.

Oproep: denk mee in het leerkrachtenpanel
De leerlijn digitale geletterdheid ontwikkelen wij in co-creatie met leerkrachten om de integratie in het primair onderwijs te bevorderen. Het zijn immers de leerkrachten die het aanbieden van digitale vaardigheden in de klas gaan integreren. We zijn daarom op zoek naar enthousiaste leerkrachten die willen bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlijn digitale geletterdheid.

Leerkrachten in het panel worden uitgedaagd om hun mening te geven over zowel de inhoud van de leerlijn als over de gebruiksvriendelijkheid en toepasbaarheid van de online omgeving in de klas. We benaderen je steeds per mail en je bepaalt zelf of je tijd hebt om feedback te geven of niet. Het panel van leerkrachten zal in januari 2017 starten. Ben je leerkracht of ken je leerkrachten die willen meedenken? Schrijf je in op www.codeuur.nl/panelmember of verspreid deze oproep in je netwerk. Samen bereiken we meer.