6 stappen naar een digitaal vaardige klas!

Iris Muis
Iris Muis Programma manager workshops FutureNL

Je hebt het waarschijnlijk al wel vaker gehoord: de wereld om ons heen verandert en wordt steeds digitaler. We moeten de kinderen van nu voorbereiden op de wereld van de toekomst, waarin steeds meer gebruik wordt gemaakt van technologie. Zij zullen banen gaan vervullen die nu nog niet bestaan en waar we nog geen idee van hebben! Daarom is het belangrijk dat het onderwijs ze daarop voorbereidt.

Maar hoe doe je dat dan?!

Deze stappen helpen je op weg bij het uitvinden wat er allemaal mogelijk is en waar jij kan beginnen om jouw leerlingen digitaal vaardig te maken.

1. Ontdek

Oriënteer jezelf op het lesmateriaal over digitale geletterdheid dat al beschikbaar is voor leerkrachten online!

Kijk bijvoorbeeld op ons gratis platform, waar we zoveel mogelijk van het Nederlandse lesmateriaal over computational thinking hebben verzameld en op één plek bij elkaar gebracht. Dit is de link naar het platform.

Je kunt daar allerlei verschillende soorten lessen vinden: met en zonder computer, lessen gebaseerd op zelfontdekkend leren en gerichte instructie, en lessen gebaseerd op Scratch. Je vindt er ook een overzicht van boeken en robots die je eventueel kunt aanschaffen om je te ondersteunen.

Er zijn nog veel meer andere handige websites waar goed materiaal te vinden is, zoals deze website over Scratch. Heb je liever een tijdschrift in plaats van een website? Bestel of leen dan de Digi Kidsweek. Deze is in de eerste week van december 2017 naar alle scholen in Nederland verzonden. Link hier.

2. Ervaar

Denk jij nu: maar ik ben zelf helemaal niet zo goed met computers en dat soort dingen? Geen nood!

Om te ervaren hoe een les in programmeren gaat, kun je een gratis CodeUur aanvragen. Je wordt gekoppeld aan een enthousiaste vrijwilliger uit het bedrijfsleven, die in jouw klas een les komt geven. De vrijwilliger is getraind door ons en je hoeft zelf niets voor te bereiden! Vraag gratis een CodeUur aan op deze pagina.

Probeer daarna zelf eens een lesje uit, en je zult zien dat het niet zo moeilijk is als je dacht. Klik op ons platform op jouw klas, bijvoorbeeld groep 7/8, en je zult allemaal verschillende lessen en lesplannen zien. Start een les die jou aanspreekt en doe de les zelf. Wie weet vind je dit hartstikke leuk en gaat het heel goed!

Lezen jouw leerlingen vaak de Donald Duck en heb je groep 7/8? Bekijk dan deze les voor groep 7/8 over programmeren en taal met Donald Duck.

3. Experimenteer

Geef eens een les in jouw eigen klas!

Kies hiervoor een les uit die past bij jouw groep: begin makkelijk en met een onderwerp dat je leerlingen leuk vinden. Het minste werk is een lesplan volgen van ons platform. Dit is een kant en klaar plan speciaal voor leerkrachten, waarin alle uitleg, materialen en presentaties voor het digibord al klaar staan. De lesplannen bestaan meestal uit 5 lessen, die makkelijk beginnen en steeds moeilijker worden.

Heb jij bijvoorbeeld groep 5/6 en vinden jouw leerlingen robots cool? Gebruik dan dit lesplan voor groep 5/6 over robots.

4. Steuntje in de rug

Vind je het nog lastig? Zou je je ervaringen graag uit willen wisselen met andere leerkrachten? Wij bieden gratis workshops aan voor leerkrachten, waarin we jou een steuntje in de rug geven!

Tijdens een kennismakingsworkshop van 2 uur ontdek je wat digitale geletterdheid nou eigenlijk precies is. Je kunt verschillende producten, zoals robots, uitproberen en bedenken of dat iets is wat jou zou kunnen helpen bij het lesgeven. Je praat met andere leerkrachten en helpt elkaar.

Voor leerkrachten die al wat verder zijn, is er een professionaliseringstraject van 4 workshops. Hierbij gaan we dieper in op de specifieke leerdoelen van de leerlijn die bij digitale geletterdheid horen en kan je na elke workshop een les in jouw klas geven over een bepaald thema. Ook leer je werken met coole hulpmiddelen zoals de micro:bit. Je denkt tenslotte na over structurele inbedding van digitale geletterdheid in jouw lesprogramma.

Kijk voor een gratis workshop in jouw buurt op onze website en schrijf je in!

5. Maak het structureel

Een lesje hier en een lesje daar is natuurlijk leuk. Maar je wilt uiteindelijk dat jouw klas van school afgaat als digitaal vaardige mensen, klaar om de digitale wereld te veroveren!

Dit kun je alleen maar bereiken door digitale geletterdheid structureel in te bedden in jouw lesprogramma. Je zorgt dat je leerlingen alle leerdoelen bereiken door te werken met een leerlijn. Een link naar onze leerlijn computational thinking vind je hier.

De leerlijnen van de 3 andere pijlers van digitale geletterdheid: mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheid, volgen zo snel mogelijk in 2018.

Praat hierover met jouw schoolleider en je collega’s. Hoeveel lestijd mag jij besteden aan digitale geletterdheid per week? Kun je misschien een koppeling maken met andere vakken, zoals taal of wereldoriëntatie? En spreken jullie af om allemaal dezelfde leerlijn te gebruiken?

Inbedding van nieuwe dingen kost tijd: doe het stapje voor stapje en in goed overleg. Samen en met geduld kom je het verst!

6. Heb plezier!

Tenslotte: heb vooral veel plezier als je hiermee aan de slag gaat. Digitale vaardigheid is leuk! Er zijn zoveel creatieve en leuke manieren om deze vaardigheden onder de knie te krijgen.

Er is geen goed of fout, laat je leerlingen digitale geletterdheid ontdekken. Het kan zomaar gebeuren dat een leerling jou voorbijstreeft en dat is juist geweldig. Laat het idee los dat je altijd een paar stappen voor wil zijn op je leerlingen. Deze ontdekkingsreis ga je samen aan met de klas: als je zelf even iets niet weet is dat oké!

Succes op deze inspirerende ontdekkingsreis!

Ze zeggen meneer tegen mij…..hoe agile kan dat zijn?

Ze zeggen meneer tegen mij…..hoe agile kan dat zijn?
Gastdocent Piet Vonk

Meneer, kunt u even helpen……., dat was een veelgehoorde vraag afgelopen vrijdagmiddag. Ik mocht ‘expeditie micro:bit’ introduceren op de OBS de Weesboom. Hierbij krijgt elk tweetal leerlingen een Digi-klooikoffer om mee te kl…. klooien, inderdaad. Met die klooikoffer kunnen leerlingen leren programmeren met de micro:bit, een superleuke kleine computer.
De 37 leerlingen van groep 6, 7 en 8 van de Openbare BasisSchool ‘De Weesboom’ in Amersfoort zijn leuk aan de slag geweest. De computers staan door de school verspreid en dus de kids ook. Tijdens het helpen en vragen beantwoorden, heb ik wel de hele school gezien, nou ja, gezien…. pffff…..

Bij de introductie in de klas kwamen al snel wat vragen: “Kun je ook hacken?”, “Weet jij alles van de computer?”, “Mogen we vaker op de computer?”, etc.

‘In de eerste les maak je kennis met de materialen en hoe je moet programmeren. Aan het eind van deze les kun je al teksten op de micro:bit laten zien, elektronisch dobbelen of een bots meter programmeren. Later kun je aan de slag met geluid, een serie lichtjes of het kompas.’
Ik had mijn Mirco:bit al geprogrammeerd als naamkaartje en dobbelsteen en dat wilden ze allemaal wel. Cool.

De materialen zijn heel bewust voor tweetallen, zodat er moet worden samengewerkt en de kids ook van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen helpen. De materialen en het lesboekje zijn in principe voldoende voor de kids om zelf aan de slag te kunnen. Zelfwerkzaam met de docent als coach en begeleider.
Een aantal Agile beginselen worden hier dus al toegepast; kleine teams, die zelf-organiserend in een uurtje een duidelijk resultaat hebben bereikt.

Ik vond het leuk om juf Carla te helpen met deze les. Ik vind het heel knap hoe zij en haar collega’s elke dag weer zorgen dat ‘onze’ kinderen opgeleid worden. Respect!
Juf hield deze grote groep goed in hand. Als zij haar hand opstak en aftelde 5, 4, 3, ….. dan was iedereen stil bij de 1. En bij vragen werd netjes op de beurt gewacht.

Ik heb weer genoten van deze blik in basisschool en weet je wat, ik mag volgende week weer komen helpen. Misschien zeggen ze dan meester Piet, want juf en meester zijn nog steeds de betrouwbare peilers voor deze kanjers.

Deze onderzoeker vindt dat ieder kind moet programmeren | Correspondent

Johannes Visser | De correspondent
Dit schooljaar schrijf ik over onderwijstechnologie. Momenteel ben ik bezig met een groot verhaal over programmeeronderwijs. Daarvoor spreek ik verschillende deskundigen, belanghebbenden en betrokkenen.

Het gesprek dat ik met universitair docent Felienne Hermans had, deel ik graag met jullie. De onderzoeker kijkt aan de TU Delft naar programmeeronderwijs voor basisschoolkinderen. Ook maakte zij een leerlijn programmeren voor het basisonderwijs.

Het belang van leren programmeren
Waarom vind je het belangrijk dat kinderen leren programmeren?
‘Daar heb ik drie redenen voor: de arbeidsmarkt, burgerschap en creativiteit.’

‘Niet iedereen hoeft programmeur te worden, maar steeds meer mensen krijgen in hun werk te maken met data-analyse. Een monteur draaide vroeger schroefjes aan, maar nu kom je met je auto bij de garage en doet de monteur eerst een software-update.’

‘Ook wil je dat kinderen mee kunnen praten over het nieuws. Het nieuws is één groot softwarebulletin: Russische hackers in Amerika, Airbnb. Om mee te praten moeten kinderen iets van de context snappen.’

‘Meisjes van een jaar of acht, negen, zeggen al: ik denk niet dat ik kan programmeren’
‘En programmeren is een manier om je te uiten. Een paar jaar geleden maakte een vader een game toen hij zijn kind verloor aan kanker. In het spel moet je steeds kiezen: nog een keer chemo? Een nieuw apparaat proberen? Het interessante is: wat je ook kiest, het kind gaat toch dood. Je kan iets ‘van je af’ programmeren.’

Maar waarom moet dat al in het basisonderwijs?
‘Hoe later kinderen in aanraking komen met computers, hoe meer ze het idee krijgen: dit is niets voor mij. Veel kinderen van lage socio-economische afkomst hebben geen computer , of geen computer met internet thuis. Ook weten we uit onderzoek dat meisjes op heel jonge leeftijd al vooroordelen over hun eigen prestaties ontwikkelen. Meisjes van een jaar of acht, negen, zeggen al: ik denk niet dat ik kan programmeren.’

Vooral om emancipatoire redenen dus? Dan zou je kunnen zeggen: als ieder kind in het voortgezet onderwijs ermee in aanraking komt, hoef je dat in het basisonderwijs niet te doen.
‘Het is belangrijk dat het voor alle kinderen is. Als je het in de brugklas aanbiedt, heb je een groot gedeelte van de problemen opgelost. Maar dan moet je het ook op vmbo en havo aanbieden, niet alleen op het vwo. En dat wil ook niet zeggen dat je in het basisonderwijs helemaal niets meer moet doen: je hebt nog steeds die problematiek van jonge meisjes die denken dat programmeren niets voor hen is.’

Wat voor onderzoek doet u?
‘Mijn onderzoek gaat over welke methodes we kunnen gebruiken om lessen in programmeren effectiever te maken.’

‘We weten nog heel weinig.
Lees hier over het onderzoek naar programmeervaardigheden bij kinderen. Uit een van de onderzoeken die we hebben gedaan, blijkt dat kinderen tussen de elf en twaalf opeens significant beter kunnen programmeren. Na hun twaalfde kunnen kinderen opeens een stuk logischer redeneren.’

‘Als je kinderen in het basisonderwijs dus wilt leren programmeren, of: computational thinking wilt aanleren, moet je je goed realiseren dat je het concreet moet houden. Bijvoorbeeld: leg deze dierenplaatjes op volgorde.’

‘In een andere studie laten we zien dat je kinderen niet onmiddellijk achter de computer moet zetten. Het is beter om ze oefeningen te laten maken op papier en concepten uit te leggen. Een computer is gaaf, maar kinderen verdrinken dan in de mogelijkheden.’

‘Kortom, ik zou graag willen zeggen dat we weten wat het beste is voor alle kinderen, maar dat weten we gewoon nog niet.’

Waarom heb je dan toch een leerlijn programmeren ontwikkeld voor kinderen van groep één tot en met acht?
‘Het antwoord is simpel: leerkrachten hebben er behoefte aan. Als we naar scholen gingen, bleven leerkrachten maar zeggen: ‘Leuk, maar wat leren kinderen hier nu van?’ Veel lesmateriaal wordt gemaakt door nerds die het leuk vinden om te programmeren, maar die denken niet na over wat de leerdoelen zijn. Leerkrachten willen weten wat het doel is.’

Maar je weet toch niet of deze lessen tot dat leerdoel leiden? Er is geen onderzoek naar gedaan.
‘Niks doen is ook geen optie. De leerlijn is een voorzet. Voor kleuters is die motorisch: pakken, voelen en ervaren. Groep 4 en 5 krijgen heel concrete dingen te doen. Als een leerkracht zegt: ik heb het geprobeerd met groep 5 en het liep niet lekker, moet de les misschien naar groep 6 of 7. We hopen dat leerkrachten ons van feedback gaan voorzien.’

Ben je niet bang dat het kinderen afschrikt als je programmeren zo ‘schools’ maakt?
‘Dat geldt voor alles! Kinderen willen in groep 2 supergraag leren schrijven. Dat vinden ze een eer: iedereen kan schrijven, en dan horen ze erbij. Dan wordt het heel schools gemaakt in groep 3 en is het niet meer leuk.’

‘Het alternatief is een mythe, die van het ‘zelf leren.’ Dat is een privilege. Je kan het jezelf alleen aanleren als je een computer hebt en je ouders je de ruimte geven daarmee aan de slag te gaan. Dus ja, het risico van ‘schools’ aanbieden is dat het kinderen afschrikt, maar het zorgt wel voor gelijke kansen.’

Hoogleraar computerwetenschappen Peter Sloot zei vorige week tegen me dat het onzin is om kinderen te leren programmeren. Je zou veel beter puzzels met ze kunnen doen om ze te leren complexe problemen op te lossen. Wat vind je daarvan?
‘Programmeren is meer dan computational thinking. Ik kan een programma maken dat willekeurige noten speelt of willekeurige woordjes voor me uitkiest. Dan kan ik de computer vragen om melodieën te maken die zo min mogelijk op elkaar lijken of drie woorden die geen letter met elkaar gemeen hebben, zoiets geks. Na wat spelen heb je dan misschien een mooie melodie of een mooi gedicht! Daar heb je helemaal geen computational thinking skills voor nodig, maar het levert iets moois op wat niet zo makkelijk zonder computer te maken is. Dat creatieve proces dat gun ik ieder kind.’

‘Het is ook relevant dat er in de afgelopen decennia nog maar bar weinig is veranderd aan programmeertalen. De eerste programmeertaal voor kinderen werd in 1967 gemaakt en bevat in grote lijnen dezelfde bouwblokken als huidige programmeertalen. Ongetwijfeld riepen de Peter Sloots van de jaren zestig dat de vaardigheden die leerlingen met de programmeertaal Logo opdeden later niet meer zo zinnig zouden zijn. De leerlingen van toen zijn nu bijna aan hun pensioen toe.’

Lees hier het artikel op de website van de Correspondent.

45.000 kinderen van de basisschool gaan op expeditie micro:bit

45.000 kinderen van de basisschool gaan op expeditie micro:bit

Amsterdam, 15 september 2017 – Op 29 september starten duizenden kinderen uit groep 6, 7 en 8 in het hele land aan expeditie micro:bit. Na het verbreken van het Wereldrecord programmeren in 2016 lanceert Stichting FutureNL een nieuwe actie om Nederlandse kinderen en leerkrachten te enthousiasmeren voor interactie met technologie.

Expeditie micro:bit
Expeditie micro:bit is een te gek avontuur voor zowel leerlingen als leerkrachten in het basisonderwijs.
Iedere deelnemende school krijgt 20 Digi-klooikoffers, inclusief 20 micro:bits cadeau! Op 29 september starten alle 474 scholen aan expeditie micro:bit.
De leerlingen volgen in de weken daarna een tiental lessen om spelenderwijs te leren programmeren met de micro:bit. De grote finale vindt plaats in de Europese CodeWeek op vrijdag 13 oktober 2017.
De micro:bit is een klein microcontroller-board ontwikkeld door de BBC in Engeland. In 2015 hebben alle kinderen van 11 en 12 jaar in Engeland een micro:bit cadeau gekregen van de overheid.

Digitale vaardigheden op de basisschool
Stichting FutureNL heeft als ambitie om digitale vaardigheden structureel in alle groepen van de basisschool te onderwijzen en hierbij fors te faciliteren.
In samenwerking met TU Delft is de leerlijn digitale geletterdheid ontwikkeld en in rap tempo wordt nu lesmateriaal ontwikkeld en online gratis beschikbaar gesteld door Stichting FutureNL.
In tegenstelling tot landen als Groot-Brittannië, Tsjechië, Polen, Portugal en Griekenland maakt digitale geletterdheid in Nederland geen verplicht onderdeel uit van het curriculum in het onderwijs.
Een ontwikkeling die de concurrentiepositie van Nederland met een kenniseconomie in gevaar kan brengen.
Hoog tijd dat ook Nederlandse kinderen de juiste tools aangereikt krijgen om digitale vaardigheden te ontwikkelen.

ZKH Prins Constantijn van Oranje, Raad van Advies van Stichting FutureNL: “Onze kinderen moeten niet alleen gebruikers, maar ook makers van digitale technologie worden.
Dit is niet alleen van groot belang voor hun persoonlijke ontwikkeling en hun kansen op de arbeidsmarkt.
Het is ook wezenlijk voor de innovatie- en concurrentiekracht van Nederland. Daarom moet programmeren meer prioriteit krijgen in het primair- en voortgezet onderwijs.”

Bedrijfsleven
Om alle kinderen uit de bovenbouw van het basisonderwijs zonder kosten te kunnen laten participeren aan expeditie micro:bit is Stichting FutureNL volledig afhankelijk van donaties.
Aan de oproep van de Stichting aan het bedrijfsleven om te doneren is breed gehoor gegeven. Grote (ICT-)bedrijven onderschrijven de visie van FutureNL om kinderen al in een vroeg stadium digitale vaardigheden te leren. Microsoft, Accenture, SIDN Fonds, Calco, Salesforce, Topdesk, Prowareness, Fox-IT, Aenova, Eurofiber, CA ICT, ING en Nationale Nederlanden zijn slechts enkele bedrijven die gedoneerd hebben voor expeditie micro:bit.

Over Stichting FutureNL
Stichting FutureNL is een initiatief van bevlogen mensen die de toekomst van de kinderen in Nederland voor ogen heeft en daarvoor wil investeren in passend onderwijs.
Samen met de Raad van Advies, bestaande uit Constantijn van Oranje, Janneke Niessen, Anka Mulder, Julie de Widt-Bakker en Ruben Nieuwenhuis zet de stichting
zich in voor digitale geletterdheid in het Nederlandse basisonderwijs.

Stichting FutureNL ziet een kloof tussen de digitale ontwikkeling van Nederlandse kinderen en de (toekomstige) vraag vanuit de maatschappij naar passende digitale vaardigheden
en is daarom in samenwerking met TU Delft, de PO raad, SLO en O2G2 een leerlijn digitale geletterdheid aan het ontwikkelen.
In een digitale economie is het van cruciaal belang dat Nederlandse kinderen digitale vaardigheden ontwikkelen om hen een breed perspectief te bieden op de banenmarkt van morgen.

Duizenden kinderen gaan op expeditie micro:bit

Duizenden kinderen van de basisschool gaan op expeditie micro:bit

Amsterdam, 14 juni 2017 – In september en oktober 2017 gaan duizenden kinderen uit groep 6, 7 en 8 in het hele land meedoen aan expeditie micro:bit. Na het verbreken van het Wereldrecord programmeren in 2016 start Stichting FutureNL een nieuwe actie om Nederlandse kinderen en leerkrachten te enthousiasmeren voor interactie met technologie. Om dit mega event te financieren is veel geld nodig. Daarom start Stichting FutureNL als allereerste partij in Nederland een crowdfundingsactie voor bedrijven.

Crowdfunding
Om alle kinderen uit de bovenbouw van het basisonderwijs zonder kosten te kunnen laten participeren is Stichting FutureNL volledig afhankelijk van donaties. Daarom is besloten om tot crowdfunding over te gaan. Het oproepen van het bedrijfsleven om het onderwijs te ondersteunen in het aanbieden van digitale geletterdheid past erg goed in de tijdsgeest.

Stichting FutureNL is de allereerste partij in Nederland die een crowdfundingsactie voor bedrijven op touw zet (B2b). Vooral in het oproepen van consumenten heeft crowdfunding de afgelopen jaren haar diensten bewezen. Het idee erachter is dat veel particulieren een klein bedrag investeren en dat deze kleine investeringen bij elkaar het project volledig financieren. De Stichting gaat deze zomer bedrijven stimuleren om te doneren. In totaal heeft de Stichting een bedrag nodig van 750.000 euro om 1.000 scholen de benodigde materialen te geven. Microsoft, SIDN Fonds en de ABN AMRO Foundation hebben reeds toegezegd het initiatief ondersteunen.

Voormalig Eurocommissaris Neelie Kroes, special ambassador van Stichting FutureNL: “Om de innovatiekracht van Nederland naar de toekomst toe te waarborgen, is het van groot belang dat kinderen in het primair- en voortgezet onderwijs naast gebruikers, ook makers van digitale technologie worden. Het is aan ons om deze generatie hiervoor klaar te stomen.”

Micro:bit
De micro:bit is een klein microcontroller-board ontwikkeld door de BBC in Engeland. In 2015 hebben alle kinderen van 11 en 12 jaar in Engeland een micro:bit cadeau gekregen van de overheid. In het nieuwe schooljaar starten alle deelnemende scholen aan expeditie micro:bit. In een Digi-klooikoffer zitten tientallen lessen om te leren programmeren. Het doel van de koffer is dat kinderen spelenderwijs ervaren wat ze kunnen doen met de micro:bit. Iedere deelnemende school krijgt 20 Digi-klooikoffers, inclusief 20 micro:bits cadeau.

Over Stichting FutureNL
Stichting FutureNL is een initiatief van bevlogen mensen die de toekomst van de kinderen in Nederland voor ogen heeft en daarvoor wil investeren in passend onderwijs. Samen met de Raad van Advies, bestaande uit Constantijn van Oranje, Neelie Kroes, Janneke Niessen, Anka Mulder, Julie de Widt-Bakker en Ruben Nieuwenhuis zet de stichting zich in voor digitale geletterdheid in het Nederlandse basisonderwijs.
Stichting FutureNL ziet een kloof tussen de digitale ontwikkeling van Nederlandse kinderen en de (toekomstige) vraag vanuit de maatschappij naar passende digitale vaardigheden en is daarom in samenwerking met TU Delft, de PO raad, SLO en O2G2 een leerlijn digitale geletterdheid aan het ontwikkelen. In een digitale economie is het van cruciaal belang dat Nederlandse kinderen digitale vaardigheden ontwikkelen om hen een breed perspectief te bieden op de banenmarkt van morgen.

////////////////////////////////////////EINDE PERSBERICHT//////////////////////////////////

Noot voor de redactie

Meer informatie:
www.futurenl.org
Ronilla Snellen | ronilla@futurenl.org
Directeur Stichting FutureNL

Vluchtelingenkinderen krijgen micro:bit

Stichting FutureNL

Samenwerking FutureNL, Microsoft en Tech Playgrounds geeft 500 kinderen van nieuwkomers toegang tot expeditie micro:bit

De trapveldjes voor jonge techneuten, de Tech Playgrounds, gaan komend jaar zo’n 500 kinderen leren programmeren door een samenwerking met Stichting FutureNL. “Een samenwerking van FutureNL met de Tech Playgrounds zorgt ervoor dat het ontwikkelen van digitale vaardigheden onafhankelijk is van de (thuis)situatie en leefomgeving”, zegt directeur Ronilla Snellen van FutureNL.

Er wordt onder andere een Tech Playground geopend op de Eindhovense basisschool Wereldwijzer, waar kinderen van vluchtelingen, arbeidsmigranten en expats in ongeveer een jaar aansluiting op een reguliere basisschool vinden. Zo’n 120 leerlingen van basisschool de Wereldwijzer krijgen met behulp van Stichting FutureNL een Digi-klooikoffer met micro:bit cadeau om mee te doen aan expeditie micro:bit. Zo leren de kinderen onder schooltijd programmeren en kunnen ze in hun vrije tijd voor verdieping terecht bij Tech Playgrounds in hun wijk en op school. Zo maken ze ook kennis met andere technologieën.
Microsoft Nederland steunt het initiatief van FutureNL en Tech Playgrounds door een donatie van 18.000 euro waarbij 500 kinderen tussen de 7 en 12 jaar oud komend jaar digitaal vaardig worden. Daarnaast worden er 15 vrijwilligers opgeleid om deze lessen te onderwijzen. Julie de Widt Bakker, Microsoft Nederland: “Het is ons doel om álle kinderen in Nederland toegang te geven tot digitale vaardigheden en hen zo voor te bereiden op de banen van de toekomst. Ook de kinderen van nieuwkomers kunnen door dit mooie lokale initiatief van Tech Playgrounds spelenderwijs leren programmeren en de magie van technologie ontdekken.”
De samenwerking tussen Stichting FutureNL en de Tech Playgrounds slaat een brug tussen de Randstedelijke kennis rond het ontwikkelen van lesmateriaal en leerlijnen rondom digitale vaardigheden en het aanbieden van non-formeel leren in vrije tijd in de Tech Playgrounds. Daarmee wordt de basis onder de trapveldjes voor techneuten nog groter.

Micro-bit-Mini-PC-2

Over Tech Playgrounds
Dynamo Jeugdwerk lanceerde de Tech Playgrounds een jaar geleden in Eindhoven, met als doel robotica, programmeren en bouwen in je vrije tijd net zo leuk en vanzelfsprekend te maken als voetbal, muziek maken of tekenen. De werkplaatsen bieden ‘nerds’ en techneuten een vaste, laagdrempelige thuisbasis, vol inspiratie en kennis, vergelijkbaar met een sport- of muziekvereniging en onafhankelijk van schoolniveau of thuissituatie. In slechts enkele dagen meldden zich 75 kinderen uit de regio aan voor de eerste zes werkplaatsen, inmiddels zijn bij evenementen duizenden kinderen geïnspireerd en komen zo’n honderd van hen wekelijks. Voor de jeugdwerkers een heel nieuwe doelgroep, de techies blijken enorm gemotiveerd en leergierig.

Klooiend leren programmeren?!

Klooiend leren programmeren?!

Astrid Poot
Astrid Poot Stichting Lekker samen klooien

Zondagmorgen. Terwijl de zoon (8jr) er voor het eerst op los bouwt met de micro:bit (een geweldige micro computer voor beginnende makers), vraag ik me af of je al klooiend kunt leren programmeren. Ik weet het niet zeker.

Ik weet wél dat er veel vraag is bij leerkrachten naar een creatieve toepassing van programmeren. En naar lessen die het op die manier benaderen. Omdat ze zien dat niet alle kinderen programmeren zomaar leuk vinden. Lastig; want als je al klooiend wat in elkaar hackt, is de kans bijna 100% dat het niet werkt.

Toch is dat klooien wel belangrijk. Onlangs besprak ik dit met onze programmeurs bij Fonk. Mannen en vrouwen en uit minstens 4 verschillende landen. Van front-end tot hardcore java. Van alles dus. Hoe zijn zij programmeur geworden? Waar is de liefde ontstaan? Juist: door te klooien.

Ruwe liefde

Allemaal vonden ze de liefde voor code door te hacken; door bestaande dingen ruw en vuil aan te passen. Slechte code, rotzooien tot het werkt en dan proberen te begrijpen hoe dat kan. Pas daarna leerden ze het goed en gestructureerd op hun beroepsopleiding. Maar die eerste hackerige liefde was daarvoor zowel voorwaarde als opstap.

En: die eerst liefde was zonder het zogenaamde economisch perspectief. Het was voor de lol, uit hobby. Geen van hen is begonnen met coderen als 11 jarige met een carrière voor ogen.

Creatief instrument

En zo moet het ook. Pedro de Bruyckere zei het onlangs heel mooi in een interview met Remco Pijpers van Kennisnet. Vrij naar zijn uitspraken: Je moet kinderen niet leren programmeren vanwege het bedrijfsleven of omdat ze dan logisch leren denken (daar is nog steeds geen bewijs voor), maar omdat je ze wilt laten zien dat het bestaat, dat het iets leuks is dat ze kunnen leren kennen, waarna ze dan zelf wel beslissen wat ze daarmee willen. Mijn interpretatie: dat ze het gaan zien als één van de creatieve instrumenten die ze hebben.

En misschien is een hyper gestructureerde theoretische aanpak in het begin niet nodig. Bovendien hoeven we helemaal niet van die hard core code types te worden.

poepkakdrol

De toekomst is aan de generalisten

Niels de Keizer (collega en mede oprichter van Fonk) schetste me een mooi beeld. Wat hem betreft zijn er twee types programmeurs:

De specialisten; de hard core code bouwers: zij zitten met hun handen en hersenen diep in de code. Kennen de theorie deep down en schrijven daadwerkelijk regels code.
De generalisten: zij combineren bestaande componenten tot werkende systemen. Zij denken als ontwerpers en gebruiken heel pragmatisch dat wat voorhanden is: api glue.

specialist versus generalist

Wat Niels betreft zullen de generalisten winnen: voor het handwerk (van de codebouwers) zal in de toekomst steeds minder menskracht nodig zijn: gestructureerd werk kun je automatiseren. Maar de generalisten zullen als ontwerpers creatief moeten blijven combineren. En dat kun je nooit automatiseren. Voila. Toekomst. (Waarschijnlijk ligt het veel genuanceerder, maar ik vind dit denken op zijn minst verhelderend.)

Economisch perspectief?

Nu lijkt het misschien of ik het heb over mensen die programmeur willen worden. Maar dat bedoel ik niet: we zijn allemaal steeds meer dat soort generalisten. Zo heb ik een handig IFTT script draaien dat mij ’s morgens een bericht stuurt als het zo koud is dat ik handschoenen aan moet. En ik ben echt geen programmeur! Maar wel iemand die altijd haar handschoenen vergeet.

klassieke rol is aan het veranderen

Dus ja, ik denk dat het goed is alle kinderen dat denken te laten ervaren. Zodat ze zelf kunnen beslissen of ze er iets mee willen (voor later), maar ook omdat het gewoon leuk en creatief is. (En -zoals bij mij- onderdeel van je dagelijks leven.) De microcomputer staat dan ook op mijn poster, maar nadrukkelijk als één van de dingen. Naast gist en de naaimachine. Allemaal belangrijk wat mij betreft.

Goed. En hoe leer je dat aan?

Voor expeditie micro:bit was dat een belangrijke vraag. We willen graag dat kinderen op hun creativiteit worden aangesproken tijdens het werken met de lessen, omdat ze de micro:bit dan ook als creatief instrument gaan beschouwen. Programmeren is het middel, het realiseren van een idee een doel. We hebben niet primair tot doel kinderen heel schoon coderen te leren, belangrijker in dit project is dat ze ervaring opdoen en plezier hebben. De behoefte aan diepere kennis zal daarna ontstaan.

Toen moest ik denken aan een lezing van Theisje van Dorsten die ik onlangs bijwoonde. Zij vertelde over het beoordelen van creatief werk. Wanneer is iets creatief? Zij noemt 3 bouwstenen van een creatief product: herinnering, verbeelding, vorm. Wat als ik haar verhaal combineer met het maken van creatieve programmeer opdrachten? Zou dat kunnen?

Het model laat ruimte voor allerlei soorten werk, en dat is goed. Vertaald naar ons project:

1. Herinneringen: kinderen gebruiken hun eigen kennis, herinneringen en ideeën als uitgangspunt. We zorgen in de uitleg voor de koppeling naar de bestaande en bekende wereld. We zorgen dat de code meteen niet meer abstract voelt.
2. Verbeelding: die kennis combineren ze met de micro:bit tot iets nieuws in de vorm van en plan of idee. We geven voorbeelden maar nodigen meteen daarna uit zelf dingen te verzinnen.
3. Vorm: en ze maken het (samen) zelf. (Waarbij wij zorgen voor voldoende informatie, voorbeelden en materialen.) De kinderen bouwen de coolste dingen.

Ik heb gemerkt dat het heel goed kan, zelfs met hele kleine opdrachten. Je kunt én goed uitleggen, én meteen creativiteit uitlokken. Als je wordt uitgenodigd een vieze tekst te laten verschijnen op je bit in plaats van de tekst uit het voorbeeld ben je er al! Dus ja; klooiend en creatief. En misschien kan het ook nu pas, met die hele hele coole micro:bit.

expeditie mciro:bit

Onze lessen vorderen gestaag en ik verheug me enorm op het moment dat heel veel kinderen er mooie dingen door gaan maken. In de eerste test blijkt het al te werken: inmiddels heeft de zoon de micro:bit aan de WC deur getaped en klinkt Vader Jacob als je de deur open doet.

Al klooiend gebouwd. I rest my case.

01-vaderjacob-1024x1024

Dit is natuurlijk geen pleidooi tegen de vele prachtige programmeer initiatieven, maar hopelijk aanvullend en inspirerend.

Samenwerking FutureNL en SIDN fonds

Samenwerking FutureNL en SIDN fonds

Stichting FutureNL

Stichting FutureNL en SIDN fonds continueren hun samenwerking om zoveel mogelijk kinderen op de basisschool kennis te laten maken met programmeren. Goed nieuws, helemaal nu de motie om onder meer digitale geletterdheid per 2018 aan het curriculum toe te voegen onlangs brede steun in de Tweede Kamer kreeg. De missie om digitale vaardigeden structureel in de klas te krijgen, komt hiermee een flinke stap dichterbij!

Gratis & kant-en-klaar lesmateriaal
Kant-en-klare lessenreeksen zijn voor leraren een belangrijke basisvoorwaarde om aandacht te besteden aan digitale vaardigheden. Samen met TU Delft ontwikkelde Stichting FutureNL een leerlijn digitale geletterdheid, op basis waarvan lessenreeksen voor groep 1 t/m 8 worden gemaakt. Met steun van SIDN fonds wordt de komende tijd gewerkt aan de realisatie van een website voor deze leerlijn, een eigen YouTube kanaal en de ontwikkeling van nieuwe lessenreeksen. Een mooi voorbeeld is ‘expeditie micro:bit’ waarmee leerlingen vanaf begin schooljaar 2017/2018 aan de slag gaan met een microcomputer en waarvoor scholen zich nu kunnen aanmelden.

Om een zo groot mogelijke impact te realiseren stimuleert SIDN fonds ook samenwerking tussen FutureNL en andere relevante initiatieven. De ontwikkelde lessenreeksen, maar ook andere bruikbare materialen worden door FutureNL verzameld en gratis beschikbaar gesteld.

Alle kinderen digitaal vaardig
Om maximaal te kunnen functioneren in onze snel digitaliserende maatschappij, is Stichting FutureNL van mening dat alle kinderen nu digitale vaardigheden moeten ontwikkelen. Ook SIDN fonds, waarvan één van de doelstellingen is om (met name) kinderen kernvaardigheden bij te brengen om zich vrij en veilig op internet te kunnen bewegen, onderschrijft deze missie. Na een succesvol samenwerkingsproject tussen SIDN fonds en Stichting CodeUur (nu Stichting FutureNL) dat in 2015 van start ging, zijn inmiddels al bijna 75.000 kinderen bereikt. Deze lijn willen we doorzetten!

Meer weten?
Ben je nieuwsgierig naar het lesmateriaal of wil je je school opgeven voor expeditie micro:bit? Kijk dan gauw op deze pagina. Meer weten over het samenwerkingsproject tussen SIDN fonds en Stichting FutureNL? Bekijk de projectpagina van SIDN fonds met meer informatie.

Expeditie micro:bit met Nederlandse basisscholen

Expeditie micro:bit met Nederlandse basisscholen
Duizenden kinderen doen mee aan de finale van expeditie micro:bit op vrijdag de 13de oktober.

Ronilla Snellen
Ronilla Snellen directeur FutureNL

FutureNL gaat weer iets vets doen! Op vrijdag de 13de oktober 2017 gaan duizenden kinderen uit groep 6, 7 en 8 in het gehele land meedoen aan de finale van expeditie micro:bit. Na het verbreken van het Wereldrecord programmeren in 2016 start Stichting FutureNL een nieuwe actie om Nederlandse kinderen en leerkrachten te enthousiasmeren voor interactie met technologie. De grote finale vindt plaats in de Europese CodeWeek.

De micro:bit is een klein microcontroller-board ontwikkeld door de BBC in Engeland. In 2015 hebben alle kinderen van 11 en 12 jaar in Engeland een micro:bit cadeau gekregen van de overheid. Hoog tijd dat ook Nederlandse kinderen de juiste tools aangereikt krijgen om te leren programmeren. Stichting FutureNL is daarvoor een samenwerking aangegaan met Astrid Poot van Lekkersamenklooien. Speciaal voor expeditie micro:bit ontwikkelde zij met een team van experts de Digi-klooikoffer. In het nieuwe schooljaar starten alle deelnemende klassen aan expeditie micro:bit. In de Digi-klooikoffer zitten een tiental hele toffe lessen om te leren programmeren. Het doel van de koffer is dat kinderen spelenderwijs ervaren wat ze kunnen doen met de micro:bit. Iedere deelnemende school krijgt 20 Digi-klooikoffers, inclusief 20 micro:bits cadeau!

Klooikoffer microbit

Expeditie micro:bit wordt door heel veel bedrijven ondersteund. Een dergelijke grootschalige samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven past erg goed in de tijdsgeest. Het SIDN fonds en Microsoft lopen hierin voorop maar ieder bedrijf kan de expeditie ondersteunen door een klas te adopteren zodat elk kind op expeditie kan. De ABN AMRO Foundation doneert laptops aan scholen die nog geen of onvoldoende computers op school beschikbaar hebben. De Gemeente Delft heeft reeds toegezegd zich in te zetten om samen met het bedrijfsleven alle basisscholen in Delft mee te kunnen laten doen met de expeditie.

We willen heel graag dat kinderen op de basisschool structureel in aanraking komen met digitale vaardigheden. Hiervoor hebben we samen met de TU Delft een leerlijn digitale geletterdheid gemaakt en stellen we voor alle leerkrachten van Nederland gratis lesmateriaal beschikbaar op onze site. Ook het lesmateriaal van de expeditie zal hier straks te vinden zijn.

De volgende kanjers zijn bij het ontwikkelen van de Digi-klooikoffer betrokken:
• Astrid Poot: medeoprichter Lekkersamenklooien en bedenker Klooikoffers
• Matthijs Kamstra: creative developer en papertoy artist
• Jurre Kuilder: creative developer
• Madelon Oude Vrielink: ontwerper
• Pauline Maas: docente ICT, digitaal knutselaar en Directeur Stichting CodeKlas
• Per-Ivar Kloen: docent, kwartiermaker makereducation en fablearn fellow (Stanford)
• Marten Hazelaar: docent en kunstenaar
• Jenya Krul: programma manager FutureNL, onderwijsexpert

De finale van expeditie micro:bit vindt plaats in de Europese Codeweek. In de periode 7 tot en met 22 oktober 2017 draait alles om het leren programmeren thuis, op school en daarbuiten. Tijdens de Europese Codeweek worden door geheel Europa, in 26 landen, nationale codeweken georganiseerd.

Brief aan formateur Edith Schippers

Brief aan formateur Edith Schippers

Stichting FutureNL

Tweede Kamer der Staten Generaal
T.a.v. Mevrouw E.I. Schippers
Plein 2
2511 CR Den Haag

Betreft: Digitale geletterdheid in het onderwijs 18 april 2017

Geachte mevrouw Schippers,

Nederland behoort tot de hoogst ontwikkelde, welvarendste, best georganiseerde en gelukkigste samenlevingen van de wereld. Het onderzoek van Boston Consulting Group (BCG) concludeert dat Nederland als digitale koploper moeite heeft om de voorsprong ten aanzien van de stevige concurrentiepositie te behouden (Digitizing The Netherlands, juni 2016). Die voorsprong is belangrijk, want een bloeiende digitale economie heeft een positieve invloed op de welvaart en het welzijn van alle Nederlanders. De opkomende uniforme digitale markt binnen Europa kan het bruto nationale product van Nederland een boost geven van 3,3% berekent BCG in haar rapport. Maar dan moeten we wel klaar zijn om nieuwe kansen te grijpen en op dit moment zijn er een aantal factoren die de digitale ontwikkeling van Nederland bemoeilijken waarvan een groot tekort aan goed opgeleid ICT-personeel de voornaamste is:

• In 2020 bestaat in Europa een tekort van 900.000 ICT-professionals.
• Het UWV heeft maandelijks 1.150 ICT-vacatures beschikbaar.

Om de stevige concurrentiepositie van Nederland als kenniseconomie te waarborgen is het van cruciaal belang dat Nederlandse kinderen digitale vaardigheden ontwikkelen om de (toekomstige) wereld te kunnen begrijpen en maken. Hiermee behouden we de voorsprong ten aanzien van andere Europese landen waarbij het welzijn en een positief toekomstperspectief van iedere Nederlander uitgangspunt zijn.

Vraag vanuit Nederlandse maatschappij
Er is op dit moment sprake van een kloof tussen de digitale ontwikkeling van Nederlandse kinderen en de (toekomstige) vraag vanuit de maatschappij naar passende digitale vaardigheden in tegenstelling tot andere Europese landen.
Onze kinderen groeien op in een maatschappij waarin technologie ze ongekende mogelijkheden biedt. Ze worden echter nog altijd opgeleid naar oude maatstaven. En daar ligt precies het probleem. Het Nederlandse onderwijs sluit niet meer aan op het dagelijkse leven van kinderen en ook niet op de vraag van het bedrijfsleven. Digitale geletterdheid maakt op Nederlandse scholen geen vast onderdeel uit van het curriculum waardoor uitgeverijen een afwachtende houding aannemen. Onder andere in Engeland, Spanje, Griekenland, Portugal en Finland is digitale geletterdheid wel al onderdeel van het curriculum in het onderwijs.

Digitale geletterdheid structureel in het Nederlandse onderwijs
Kinderen groeien op in een digitaal tijdperk waarbij ze voornamelijk met behulp van internet informatie tot zich nemen. Ze ontdekken geheel onbevangen de mogelijkheden van nieuwe technologie. Dit vraagt om digitale vaardigheden. Door het ontwikkelen van digitale vaardigheden worden kinderen gestimuleerd op een nieuwe manier creatief uiting te geven aan gedachtes, ideeën en oplossingen.

Het ontwikkelen van digitale vaardigheden moet onafhankelijk zijn van de thuissituatie en leefomgeving, zodat de kloof niet alsmaar groter wordt. Ieder kind heeft recht op een positief toekomstperspectief en daarom ligt het voor de hand om het leren van digitale vaardigheden binnen het Nederlandse curriculum van het onderwijs verplicht aan te bieden. Door digitale vaardigheden onderdeel te laten zijn van het onderwijscurriculum in het primair onderwijs krijgt ieder kind de kans om door vanzelfsprekende interactie met technologie digitale vaardigheden te ontwikkelen in betekenisvolle situaties waar ze later in elk beroep profijt van hebben. Hierdoor bereiden we de kinderen in Nederland voor op de toekomst in de digitale economie. Er is immers geen aparte digitale economie, we hebben een economie die digitaal is.

Samen bereiken we meer
Stichting FutureNL, scholen, de overheid, universiteiten en het bedrijfsleven met een sterke technologische component werken nauw samen voor de toekomst van onze kinderen.

Ondergetekenden onderschrijven de urgentie van ieder kind in het Nederlandse basisonderwijs digitaal vaardig maken. Dit regeerakkoord is de kans om de vraag vanuit de gehele maatschappij concreet in te vullen middels het concreet duiden van een doelstelling rondom digitale geletterdheid in het curriculum van het Nederlandse onderwijs. Ervanuit gaande dat u zich ook wilt inzetten voor de toekomst van onze kinderen en ons land vragen wij u de volgende zin op te nemen in het regeerakkoord:

“Dit kabinet zorgt dat alle Nederlandse kinderen nu digitale vaardigheden ontwikkelen door structurele interactie met technologie in het onderwijs en zorgt dat leerkrachten de kans hebben om zich hierin te professionaliseren.”